Natuur
Museum volgt contouren van Oostenrijks berglandschap
Hoog in de Oostenrijke bergen, honderd kilometer ten zuidwesten van Graz, wordt momenteel hard gewerkt aan de realisatie van een nieuw kunstmuseum. Het betreft een tentoonstellingsruimte waar de privécollectie naoorlogse kunst van de Oostenrijkse industrieel en verzamelaar Herbert W. Liaunig permanent een plek zal krijgen. Het nieuwe gebouwencomplex is ontworpen door de Franse architecten Odile Becq en Benoit Cornette, die hebben geprobeerd om het museum te laten opgaan in zijn natuurlijke omgeving. Ze spelen in op de topografie van het gebied met langgerekte en gebogen vormen die variëren met de hoogteverschillen in het landschap en vanaf een afstand nauwelijks te onderscheiden zijn van de rondingen in de omliggende heuvels. Het gebouw ligt als een 160 meter lange en 13 meter brede slurf gedrapeerd over een glooiende bergweide. Door veel glas te gebruiken reflecteren de wolken in het gebouw en hebben bezoekers vanuit het 5.000 vierkante meter tellende gebouw een panoramisch zicht op de natuur. Door een meningsverschil tussen de oprichter en financier van het museum, de heer Liaunig, en de Oostenrijke authoriteiten, zal het museum in de toekomst waarschijnlijk alleen op verzoek te bezichtigen zijn. Het totale budget voor het museum is 9 miljoen Euro en de opening staat gepland voor de zomer van 2008.
De website van het museum is momenteel nog niet online.
Drents Museum nauw verweven met natuur en cultuur
Het Drents Museum in Assen gaat aan de hand van een ontwerp architect Erik van Egeraat een nieuwe tentoonstellingsruimte bouwen, direct naast het bestaande monumentale museumcomplex aan de Brink in Assen. Een bestaand koetshuis aan een nabijgelegen plein wordt de nieuwe hoofdentree. Hiervoor wordt het huis opgetild en op een glazen plint van een meter hoog gezet, waardoor het daglicht de entreehal kan binnenkomen. Op het dak van de ondergrondse tentoonstellingsruimte komt een stadspark met een waterpartij en natuurlijk groen. Door de uitbreiding raakt het museum nauw verweven met het omliggende stedelijke landschap. De opening van de nieuwe vleugel wordt verwacht in 2011. De kosten van de nieuwbouw zijn begroot op 18 miljoen euro.
Langen Foundation
De kunstcollectie van Viktor en Marianne Langen vormde de basis van de Langen Foundation. Deze collectie is ondergebracht in een museumgebouw van de Japanse architect Tadao Ando. Hij creëerde een museum als een omgeving met een ingehouden dialoog tussen gebouw en natuur. Eenvoudige vormen (cilinder, kubus en balkvormen) vormden het uitgangspunt. Hij bouwde een vleugel als een betonnen kluis van 43 bij 4,90 meter in een glazen mantel (geïnspireerd op de traditionele Japanse enawa of veranda) temidden van een waterpartij. In deze afgesloten ruimte hangt als voor de eeuwigheid de uitzonderlijk rijke en verblindend mooie Japanse collectie met topstukken uit de vroege 18e eeuwse Edoperiode (van 1615 tot 1867 waarbij Edo staat voor Tokio). De tweede tot op 6 meter diepte ingegraven vleugel staat er dwars op en huisvest de 20e-eeuwse kunstwerken (waaronder Cézanne, Beckmann, Warhol, Rothko, Dubuffet, Bacon, Polke en andere).
Groots eerbetoon aan de omgeving
Op een van de mooiste plekken van Zuid-Amerika heeft de Nederlandse wijnboer Mijndert Pon - eigenaar van Bodega Salentein - voor drie miljoen dollar een museum laten bouwen. Killka, heet het culturele en gastronomische centrum dat een omvang heeft van 5.000 m2 en dat in 2006 is geopend. In het dialect van de oorspronkelijke bewoners van deze streek, de Huarpes indianen, betekent killka toegang. Hier was de entree naar een heilige plek waar ze de sterren bekeken. Het museum toont eigentijdse Argentijnse kunstwerken, kunst van jonge Argentijnse kunstenaars en 19de-eeuwse meesters waar de initiatiefnemer zijn woning mee verfraaide, met daarnaast een hotel, restaurant en bodega.
Verticale museumtuin
In Madrid wordt momenteel hard gebouwd aan een nieuw museum van de hand van het zwitserse architectenbureau Herzog & De Meuron. Van de oorspronkelijke bebouwing - net als bij Tate in Londen een elektriciteitsstation - is alleen de oorspronkelijke gevel intact gebleven. Van binnen is alles nieuw en bovenop het gebouw is een cor-ten stalen opbouw geplaatst en tegen de zijmuur van het naastgelegen herenhuis groeien planten, als een verticale tuin.
Een ontmoeting tussen kunst, architectuur en landschap
Louisiana Museum of Modern Art, gelegen aan de Noord-Zeeland kust, is een ideaal uitstapje vanuit Kopenhagen. Het museum combineert een collectie moderne en hedendaagse kunst, een prominent museumgebouw en een parkachtige omgeving, met lanen en oude bomen waarin de beelden van het museum worden getoond. De naam van het museum komt van de eerste eigenaar van het museum, Alexander Brun, die het museum heeft genoemd naar zijn drie vrouwen die allemaal Louise heetten.
Interessante dialoog tussen landschap en architectuur
Twintig jaar geleden is Karl-Heinrich Müller als initiatiefnemer van Museum Insel Hombroich gestart met een kleine verzameling van beeldende kunst, muziek en literatuur op een locatie in Neuss met enkele historische gebouwen. Inmiddels is het gebied uitgegroeid tot 25 hectare en twaalf paviljoens. De paviljoens zijn door hun bijzondere architectuur een merk geworden van Insel Hombroich. Het andere (ken)merk is het park dat van het voorheen lege agrarische landschap bij Neuss een poëtische plek heeft gemaakt. Het bijzondere van Insel Hombroich is dat er nooit een masterplan was voor de ontwikkeling van het gebied, laat staan een ideeënschets. Deze plek is ontstaan uit een ongepland proces dat nog steeds voortduurt.
Ontwerp paviljoens: Erwin Heerich
Ontwerp park: Bernhard Korte
Le grand travail van 2006
Jean Nouvel omschrijft het concept voor Musée du Quai Branly als een open plek in een oerwoud met daarin de eerste kunsten van de menselijke beschaving uitgelicht. Het gebouw is gesitueerd langs de Seine in een weelderige tuin en een deel van het gebouw, dat zich langs de weg bevindt, is overwoekerd met planten. Verticale neonverlichtingbuisjes hullen het gebouw ‘s nachts in blauwpaarse verlichting. Bij de realisering is samenwerking gezocht met het bedrijfsleven, zoals voor de horeca, nieuwe media en de tuin. De investeringskosten van dit ‘grand travail’ van Jacques Chirac bedroegen ruim 200 miljoen euro.
Ontwerp (gebouw en inrichting): Jean Nouvel
